In het 17de-eeuwse kookboek De verstandige kock is het eerste oliebollenrecept te vinden. Ze heten dan 'oliekoecken'.
Om oliekoecken te backen ( in: De verstandige kock, 1669)
Neemt tot 2 pont tarwemeel, 2 pont lange rosijnen (als die schoongewassen zijn, laetse in lauw water wat staen zwellen), een kop van de beste appelen (schilt die en snijtse in heel kleyne stucxkens, de klockhuysen wel uytgedaen), een vierendeel of anderhalf gepelde amandelen, een loot caneel, een vierendeel loots witte gember, een weynigh nagelen (dit wel ondereengestoten), een half kommeken gesmolten boter, een groote lepel gist en niet wel een pintje lauwe soetemelck, want het moet heel dick beslagen zijn, dat het beslagh noch tay om de lepel blijft. En dan alle het andere daerin geroert en soo laten rijsen. Neemt daertoe een mengelen van de beste raepolie, doet daerin een korst broot, een halve appel. Settet op het vuur en laet het uytbranden. Keert het broot en appel altemet om tot het zwart en hart wort. Giet er dan een schootjen schoon water in en laet het dan in de lucht kout worden, en daernaer weder op 't vuur geset, als ghy die wilt gebruyken.
Om oliekoeken te bakken (hertaald recept)
Neem op twee pond tarwemeel: twee pond lange, gewelde rozijnen, een kop van de beste appelen, geschild en gesnipperd, een kwart tot drie achtste pond gepelde amandelen, een lood kaneel, een kwart lood witte gember, een beetje kruidnagel, alles goed door elkaar gestampt.
Neem verder een half kommetje gesmolten boter, een grote lepel gist en een klein pintje lauwe zoetemelk, want het moet zo dik beslagen zijn, dat het beslag nog aan de lepel blijft hangen. Roer het vulsel door het beslag en laat het dan rijzen.
Neem dan een mengel van de beste raapolie, doe daarin een broodkorst en een halve appel.
Zet dit op het vuur en laat het uitbranden.
Keer het brood en de appel zo nu en dan om tot het brood zwart en hard wordt.
Giet er dan een scheutje schoon water in en laat het dan in de lucht afkoelen.
Zet het daarna weer op het vuur, als u het wilt gebruiken.

Ingrediënten (bewerkt recept)
850 g tarwebloem
1 eetlepel zout
3 eieren
ca. 0.65 liter melk
50 g gesmolten boter
60 g verse gist
1 theelepel suiker
800 g rozijnen
1 à 2 goudrenetten
125 g amandelen
1 eetlepel kaneelpoeder
1 theelepel gemberpoeder
1 theelepel gemalen kruidnagel
1,5 liter frituurolie
Bereidingswijze
Week de rozijnen in warm water. Doe de bloem en het zout in een kom.
Maak er een kuiltje in. Giet daarin de eieren, de gesmolten boter en de gist, die met iets lauwe melk en een theelepel suiker is aangemaakt. Zorg dat de rest van de melk lauwwarm is. Voeg de specerijen toe.
Roer nu van het midden uit de lauwe melk bij het beslag. Besla het enige minuten tot u blazen ziet. Keuren op dikte: het beslag moet aan de lepel blijven hangen. Indien nodig melk toevoegen.
Verzorg nu het vulsel. Laat de rozijnen uitlekken en droog ze op een doek. De amandelen met ruim koud water opzetten, aan de kook brengen, afgieten, met koud water overgieten, pellen en drogen.
Stamp de amandelen fijn en snipper de appelen. Roer nu het vulsel en het specerijenpoeder door het beslag.
Het beslag toedekken met een vochtige theedoek en op een tamelijk warme plaats circa 1 uur laten rijzen.
Een niet te diepe ijzeren kookpan vullen met olie of ossenwit en verhitten tot er juist damp van het vet af komt (170-180oC).
Met behulp van twee vetgemaakte lepels vlak boven de pan bollen vormen, en deze onmiddellijk in de hete olie laten glijden.
Na circa 3 minuten de koeken keren met een schuimspaan. Daarna verder gaar en goudbruin bakken (ca. 2 minuten).
De oliekoeken zijn gaar, als een breinaald, die erin wordt gestoken, er droog uitkomt.
Het gebak goed laten uitlekken en warm serveren.
Meer recepten uit dit kookboek zijn te vinden in de hedendaagse bewerking van dit kookboek door Marleen Willebrands, De verstandige kok. De rijke keuken van de Gouden Eeuw. Uitgeverij Pereboom: Bussum 2006.